Hoe konden de oude Egyptenaren megapiramides bouwen? Ze kregen hulp van aliens, zo klinkt een veelgehoorde theorie. Achter dit idee zit volgens onze columnist Ronald Veldhuizen een westers superioriteitsdenken.

Een bekentenis: als zevenjarige rotknaap heb ik eens een klokhuis uit nieuwsgierigheid in de wc gegooid. Ik had geen idee dat de gevolgen zó groot zouden zijn: de riolering moest worden leeggepompt, en de appel kwam inderdaad weer tevoorschijn.
Eigenlijk weet ik nog steeds maar weinig van riolering. Vraag me niet om de functies van bepaalde waterleidingen onder mijn woning uit te tekenen. Vraag me ook niet een greppel te graven, een constructie te bedenken voor een schuurtje of een kaarsrechte muur langs een stuk land te bouwen. Ik snap er niets van.
Dat onbenul maakt de prestaties van mensen in de oudheid nog indrukwekkender. Want hoe kregen zij het in hemelsnaam voor elkaar om megapiramides te bouwen, in reusachtige blokken, netjes gestapeld met wiskundige precisie? Of de bekende Nazca-figuren met kaarsrechte lijnen in het landschap te kerven, en dat honderden meters lang? Logisch dat je dan bijna gaat denken: ze móéten wel hulp hebben gehad. Van aliens bijvoorbeeld.

Meer columns van Ronald Veldhuizen:
‘Een les slordig denken’
Begin dit jaar waren die theorieën weer volop in het nieuws, en wel om een reden: de grootste verspreider ervan, de schrijver Erich von Däniken, was overleden. Hij propte een boek vol met ‘bewijs’ voor het bezoek van zulke aliens – en dat werd een bestseller. De Maya’s, wiens piramides volgens Von Däniken door aliens zouden zijn gebouwd, eerden hun buitenaardse bezoekers door ze af te beelden in astronautenpakken aangesloten op hightechbuizen, bijvoorbeeld in de tombe van heerser Pacal de Grote.
Von Däniken liet daarbij buiten beschouwing dat die buizenstijl typisch was voor Mayakunst en dat het Pacal zelf was op de afbeelding, verstrengeld met de klassieke Mayaboom des levens – je kunt er alleen aliens in zien als je expres de rest van de Mayacultuur negeert.

“Een les in slordig denken”, vond de sceptische wetenschapper Carl Sagan het boek van Von Däniken. Hoewel Sagan zijn kritiek al meer dan vijftig jaar geleden uitte, blijft het idee van oudheidaliens nog altijd springlevend. Groot is bijvoorbeeld de serie Ancient Aliens, die al meer dan 16 jaar wordt uitgezonden, elk jaar met hetzelfde riedeltje: zonder aliens waren vroege beschavingen op al die exotische plekken nooit groot geworden.
Daar zit een westers superioriteitsdenken achter. Want Romeinen zouden nooit de hulp van aliens nodig hebben gehad bij bijvoorbeeld de constructie van het Colosseum of de ingenieuze aquaducten. Maar die junglebewoners met hun veren hoofddeksels en een andere huidskleur, nee, die konden niet zonder hulp. De ancient alien-aanhangers lijden overduidelijk aan een gebrek aan voorstellingsvermogen, en vooral aan een gebrek aan respect voor het vernuft van mensen en volkeren die ze niet kennen.
Ronald Veldhuizen is wetenschapsjournalist en schrijft onder meer voor de Volkskrant. Daarnaast is hij hoofdredacteur van Skepter. In deze column prikt hij elke maand een mythe door.
Deze column staat ook in KIJK editie 4 van 2026.
Beeld: Anton Petrus/Getty Images