‘Maatgevoel bij dieren is moeilijk aan te tonen’

KIJK-redactie

2021-05-04 13:00:46

Henkjan Honing

Zou jij willen leven zonder muziek? Zonder opzwepende ritmes en zwoele melodieën? Zonder relaxte beats en opbeurende deuntjes? Waarschijnlijk niet. Voor mensen is muziek nu eenmaal heel belangrijk én heel natuurlijk. Maar hoe zit dat eigenlijk bij andere dieren? Muziekwetenschapper Henkjan Honing onderzoekt het.

Er klinkt een liedje op de radio. Hoe hip of hoe mooi of hoe vreselijk fout het nummer in kwestie ook is, je kunt moeiteloos het ritme ervan meetikken. Waarschijnlijk kun je zelfs – al dan niet helemaal zuiver – de melodie meezingen of -neuriën. En dit alles gaat vrijwel vanzelf, omdat muziek nu eenmaal volstrekt natuurlijk voelt voor ons. Maar daardoor vergeet je soms hoe bijzonder het eigenlijk is.

Het blijkt namelijk dat muzikaliteit voor mensen weliswaar een doodgewoon en bijna vanzelfsprekend gegeven is, maar bij andere dieren juist enorm lastig te vinden is. Betekent dit dat muzikale aanleg een unieke, menselijke eigenschap is? Of zouden evolutionaire familieleden er toch ook over beschikken? En zo ja, hoe ontdek je dat dan? Dit zijn enkele van de vragen die Henkjan Honing, hoogleraar muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam, onderzoekt in zijn boek Aap slaat maat. Hij is gefascineerd door de oorsprong van onze muzikaliteit. In een Amsterdams cafeetje – met vage blazersmuziek op de achtergrond – spraken we met hem.

Waarom gaan we het niet over muziek hebben?

Simpelweg omdat we maar heel weinig weten over de geschiedenis van muziek. Oude liedjes en melodieën vergaan nu eenmaal, ze fossiliseren niet. Natuurlijk kun je heel veel interessante dingen vertellen over de ontwikkeling van klassieke of moderne muziek, maar je bent al snel uitgepraat als je het echt over de oorsprong van muziek wilt hebben. Daarom is mijn strategie om niet naar muziek te kijken, maar naar muzikaliteit. Als je muzikaliteit bij andere diersoorten onderzoekt, kun je misschien wél iets ontdekken over de evolutie ervan.

En wat is muzikaliteit dan?

Muzikaliteit is de verzameling van biologisch gefundeerde cognitieve eigenschappen die nodig zijn om muziek te kunnen herkennen en waarderen. Het zijn de dingen die je moet weten en kunnen en ervaren om van muziek te kunnen genieten. Muzikaliteit is een complex geheel van allerlei verschillende capaciteiten, maar maatgevoel en relatief gehoor lijken in ieder geval twee belangrijke onderdelen ervan te zijn. Maatgevoel is het kunnen horen van regelmaat in muziek, het kunnen opmerken of muziek versnelt of vertraagt. En relatief gehoor is het kunnen herkennen van een melodie, ongeacht op welk instrument of op welke toonhoogte die wordt gespeeld. Dankzij deze eigenschappen kunnen we muziek maken en er plezier aan beleven.

Zijn er nog meer aspecten te noemen?

Er zijn talloze andere voorbeelden, maar die zitten wel in een grijzer gebied. Je kunt denken aan metrum, het onderverdelen van ritmes in bijvoorbeeld driekwartsmaten of vierkwartsmaten. En je kunt denken aan het herkennen van harmonie, het gelijktijdig klinken van meerdere tonen. Maar deze dingen vind je niet in alle culturen terug, dus het kunnen ook lokale uitvindingen zijn in plaats van fundamentele bouwstenen van muzikaliteit. Daarom focus ik me vooral op maatgevoel en relatief gehoor. Dit zijn de kenmerken waar wetenschappers het meeste van weten en waarvan bijna iedereen denkt dat ze essentieel zijn.

Waarom vinden wetenschappers maatgevoel en relatief gehoor zo interessant?

Voor wetenschappers zit er een aantrekkelijke spanning in deze twee elementen. Het opmerken van regelmaat of het herkennen van een melodie is voor mensen namelijk triviaal en eenvoudig, bijna saai. Maar het is ontzettend moeilijk om deze vaardigheden aan te tonen bij andere dieren. Die spanning maakt het onderwerp zo aantrekkelijk.

U beschrijft uw eigen onderzoek in het boek Aap slaat maat. En wat blijkt: dat is een misleidende titel!

Ik begrijp wat je bedoelt, maar toch is dat niet helemaal waar. Het woord ‘apen’ slaat in Nederland immers op alle primaten, waaronder dus ook de mens – en die kan heel goed maathouden. Maar het klopt dat de resusaap op de voorkant van het boek géén maatgevoel heeft. De resusaap, die qua hersenstructuur erg veel op ons lijkt en daarom vaak als proefdier wordt gebruikt, hoort wel of een ritme regelmatig is of niet, maar hij kan daar geen bepaalde beat in herkennen.

Hoe onderzoek je dat?

Henkjan Honing
Henkjan Honing © Bob Bronshoff

Mijn team en ik hebben onderzocht of proefpersonen, mens of dier, een maat kunnen hóren, niet of ze die zelf kunnen aanhouden. Daarom lieten we ze geen muziek maken, maar maten we de hersenactiviteit terwijl ze naar muziek luisterden. We lieten ze een eenvoudig ritme horen, waarbij er om de zoveel tijd een toon wordt weggelaten. Bij het luisteren naar een ritme wordt er onbewust een verwachtingspatroon opgebouwd, en de hersenen reageren meetbaar wanneer die verwachting wordt geschonden – wat in de literatuur wel het auditief oddball-paradigma wordt genoemd. Een onverwachte afwijking, een zogeheten deviant, zorgt daardoor voor een piek in de hersenactiviteit. Door die te meten, kun je nagaan in hoeverre er een bepaalde verwachting was opgebouwd. Het interessante is dat mensen vooral verrast zijn wanneer de éérste tel van een maat wordt weggelaten, terwijl resusapen iedere weggelaten tel precies even verrassend vinden. Met andere woorden: mensen hebben een grotere verwachting dat er iets op de eerste tel van de maat gebeurt, en resusapen hebben die grotere verwachting niet. De dieren herkennen de regelmaat wel, maar ontdekken daar geen puls in. Dat resultaat is een ondersteuning voor het idee dat mensen maatgevoel hebben en resusapen niet.

Een belangrijk detail is wel dat de resusapen tijdens het onderzoek sliepen.

Ik zou het liever doezelen noemen. Dat was noodzakelijk omdat apen niet graag stilzitten en wilde bewegingen het meten van de hersensignalen kunnen verstoren. Om vertekeningen van de data, zogenoemde artefacten, te voorkomen, onderzochten we de apen inderdaad aan het einde van de dag en in een kamer met gedimde lichten.

Is het mogelijk dat, als het technisch haalbaar zou zijn, een onderzoek met volledig wakkere apen een ander resultaat zou opleveren?

Dat is mogelijk. We weten het niet, omdat zulk onderzoek nooit is uitgevoerd. Maar het is onwaarschijnlijk. Zeker als je het vergelijkt met de resultaten van doezelende mensenbaby’s en wakkere volwassenen die we in de afgelopen jaren deden: bij beiden is namelijk een vergelijkbaar hersensignaal te zien. Daarnaast zijn er andere experimenten die onze bevindingen bevestigen. In hetzelfde lab zijn namelijk ook gedragsexperimenten met resusapen gedaan waarbij de dieren een joystick moesten meebewegen op het ritme van een metronoom – en daarbij waren ze altijd net te laat. Dat suggereert dat resusapen reageren op het geluid, maar er niet op anticiperen. Zelf een ritme kunnen aanhouden is uiteraard iets anders dan een bestaand ritme kunnen herkennen, maar de resultaten zijn wel in lijn met elkaar.

De resusapen kregen drumgeluiden voorgeschoteld, onder meer een basdrum en een hihat. Geluiden die ze in het wild nooit horen.

In zowel experimenten met mensen als met apen gebruiken we dezelfde geluiden. Dat is gebruikelijk, om de onderzoeken met elkaar te kunnen vergelijken. Je moet de stimuli eenvormig houden, omdat dat de enige manier is om zeker te weten dat verschillen in de resultaten niet het gevolg zijn van verschillen in de stimuli.

Zouden meer ‘natuurlijke’ geluiden het resultaat kunnen veranderen?

Dat is moeilijk te zeggen. Het is altijd een ingewikkelde kwestie welke stimuli je als onderzoeker moet aanbieden. Je kunt overwegen om geluiden te kiezen die voor mensen en apen even neutraal zijn. Er bestaan bijvoorbeeld experimenten met vage klikjes. Maar eigenlijk zijn die stimuli voor beide soorten juist extreem ónnatuurlijk. Je kunt ook overwegen om resusapen hun eigen rrr-vocalisaties of smakgeluiden aan te bieden, maar die zijn voor hen zo sociaal en emotioneel beladen dat ze daardoor juist de resultaten kunnen beïnvloeden. Voor wetenschappers is het altijd een kwestie van zoeken naar de juiste balans.

Er wordt weleens gezegd dat je een ontkenning niet kunt bewijzen. Dat resusapen in deze proef geen maatgevoel laten zien, betekent niet dat ze het niet hebben.

Dat klopt. Zoals men dan zegt: the absence of evidence is not the evidence of absence. Oftewel: afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid. Ik zeg daarom ook liever niet dat resusapen geen maatgevoel hebben, maar dat het ons niet is gelukt om aan te tonen dat ze het wel hebben. Dat vond ik trouwens erg verrassend. Toen ik begon met dit onderzoek dacht ik: resusapen moeten haast wel maatgevoel hebben, want hun hersenen lijken erg veel op die van ons. En als muzikaliteit een biologische oorsprong heeft, dan moeten zij dat talent met ons delen. Dat was mijn oorspronkelijke hypothese, die nu dus keer op keer wordt ontkracht.

Was dat teleurstellend?

Ja, nog steeds! Nog altijd heb ik soms het idee dat ik gewoon iets fout doe. Maar het feit dat muzikaliteit bij resusapen zó moeilijk is aan te tonen, suggereert toch echt dat mijn oorspronkelijke hypothese onwaarschijnlijk is. Ze kunnen horen of een tijdsinterval tussen twee tonen langer of korter is, maar als je meerdere intervallen achter elkaar presenteert, dan kunnen ze daar geen ritme in ontdekken. Het lijkt erop dat bepaalde verbindingen tussen hersengebieden die bij mensen voor maatgevoel zorgen bij resusapen minder ontwikkeld zijn. De voorspelling is dan ook dat chimpansees, die evolutionair nog dichter bij ons staan, misschien wel tekenen van maatgevoel vertonen. Maar het onderzoek daarnaar is nog niet afgerond. Aan de andere kant blijft het mogelijk dat we alsnog een resusaap vinden die wel maatgevoel heeft, of dat een andere onderzoeksopzet een ander resultaat oplevert. Dat maakt het veld juist zo inspirerend: er is nog heel veel te ontdekken.

Dit interview staat ook in KIJK 1/2019.

Meer informatie:

Tekst: Rik Peters

Openingsbeeld: GRAVITY GIANT PRODUCTIONS/Getty Images

Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Word dan lid van KIJK! 



Podcast KIJK en luister via JUKE







Meer Artikelen

KIJK Zomernummer

Haal deze extra dikke editie nu in huis!